Ben ik oké?

Ben ik oké? Voor de wereld? Voor klasgenoten? Voor mezelf?

In de lagere school snapte ik er niks van. Ik hoorde niet bij de ‘populaire’ kinderen of bij de ‘niet-populaire’. Het onrecht tegenover die laatste groep deed me echt pijn. Ik wilde het voor hen opnemen, maar wist zelf niet waar ik stond. Ik had naar mijn gevoel geen duidelijke plek. En was het dan eigenlijk oké als ik in geen enkele groep thuis hoorde?

Helemaal alleen ging ik naar het middelbaar. Iedereen van mijn klas ging naar een andere school. Ik had geen idee wat ik moest verwachten, maar vond het zo eng. Mijn hoofd zat vol vragen. De eerste twee jaren had ik twee hele goede vriendinnen. Toch bleef het knagen. Hoorde ik er bij? Vonden anderen mij leuk? Wie moest ik zijn om oké te zijn?
In het tweede middelbaar kreeg ik het volgende te horen van een meisje dat in mijn ogen erg populair was: "Seg, die broek van jou is wel erg breed hé? Heb je geen strakke jeans? En ben je het niet beu om je haar los te dragen?". Ik keek beschamend naar de grond en mompelde iets over dat ze gelijk had. Dat weekend kochten we een strakke jeans die echt niet lekker zat en moest mijn haar in een staart. Was ik dan nu wel goed genoeg?

De jaren nadien zocht ik krampachtig naar wie ik was en wanneer ik als oké werd bevonden. Ik hoef je er waarschijnlijk niet bij te vertellen dat ik niet bepaald gelukkig was op school.
 

De hogeschool, een nieuwe kans?

Op naar de hogeschool in Antwerpen. Oh ja, nu zou het goed komen! Want ik zou samen zitten met mensen met dezelfde interesses, kon op kot en zou echt mezelf kunnen zijn. Maar nee hoor .. Ik bleef me anders voelen en niet op mijn plek. Medestudenten gingen graag naar fuiven, op café en vertelden wilde verhalen op vrijdagochtend. Maar ik niet. Ik zat het liefst alleen op mijn kot of misschien met een goede vriendin erbij. Ik wilde graag rust, goed slapen en mijn ding doen. Maar na een tijd begon dit zo te knagen dat ik toch mee ging. Ik sloot de discotheek mee af, deed alsof ik het geweldig vond, maar in feite had ik dagen nodig om te bekomen. Ik was moe, had hoofdpijn en voelde me niet goed. Toch ging ik de keer daarop weer mee, want ja, dat is toch wat de anderen doen?

Ik schreeuwde van de daken dat ik niet normaal wilde zijn, want zo voelde ik me ook niet. Maar diep vanbinnen wilde ik wel oké zijn in de ogen van anderen en paste ik me aan. Ik wilde zo graag écht gezien worden, maar wist niet hoe dat werkte. Dus balanceerde ik tussen mezelf zijn, maar me wel genoeg aanpassen zodat ik me welkom voelde in de groep. Het kostte me erg veel energie, waardoor ik steeds minder tegen de drukte van de stad kon.

Terug thuis gaan wonen, was een verademing. Ik vond weer ruimte en rust. Met kleine stapjes leerde ik dat ik mezelf mocht zijn en me niet moest aanpassen. Ik leerde om mezelf oké te vinden.

 

Vind jij jezelf oké?

 

droevig verstopte jongen